Bediening of laatste oliesel. Voor een stervende of iemand in acuut levensgevaar wordt vaak een priester geroepen om deze persoon te 'bedienen'. Deze bediening bestaat uit drie sacramenten: het sacrament van boete en verzoening (biecht), de ziekenzalving, en de heilige Communie (bij stervenden het 'viaticum' genoemd). De ziekenzalving kan als zelfstandig sacrament ook gegeven worden bij ernstig zieken, vóór een gevaarlijke operatie, in geval van een ernstig ongeluk, enz.

 

Enkel een priester kan iemand bedienen of het sacrament van de ziekenzalving toedienen. U kunt hiervoor de deken of een van beide kapelaans het beste direct bellen op hun mobiele telefoon. In sommige gevallen wordt pas zó laat in het ziekteproces contact gezocht met de priesters, dat de zieke geen biecht meer kan spreken of de heilige Communie ontvangen. In een dergelijke situatie kan enkel nog de ziekenzalving worden gegeven.

Indien iemand reeds is overleden, is een bediening niet meer mogelijk. Wel kunt u de priester vragen om langs te komen om met u en de andere aanwezigen te bidden voor het zieleheil van de overledene. Bidden kan natuurlijk iedereen, zodat u in dit geval ook een pastorale werk(st)er of een ander gelovig iemand mag vragen.

 

Bijbelse wortels

De viering van het sacrament van de Ziekenzalving steunt op duidelijke bijbelse verwijzingen. Toen Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzond, "dreven [ze] veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen." (Marcus 6, 13). Jakobus koppelt het lichamelijke genezing heel duidelijk aan het vergeven van de zonden:

"Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden." (Jak. 5, 14-15)

Voor wie is het dit sacrament bedoeld?

De bijbel volgend, schrijft de Catechismus van de Katholieke Kerk (CKK, 1514) het volgende: De Ziekenzalving "is niet uitsluitend het sacrament van wie in het uiterste levensgevaar verkeren. De geschikte tijd om het te ontvangen is ook reeds dan aanwezig, wanneer een gelovige tengevolge van ziekte of ouderdom in levensgevaar geraakt".

Dit Sacrament kan herhaald worden indien de zieke, nadat hij genezen is, opnieuw door een ernstige ziekte getroffen is of indien gedurende dezelfde ziekte het gevaar ernstiger is geworden. (CIC 1004, § 2).